Patiënt 40-50 jr
Behandeladvies
Stap 1 Meteen beginnen met medicamenteuze therapie en DEXA/VFA aanvragen als er geen sprake is van een recente fractuur of wervelfractuur > graad 2 is:
Indien er wel sprake is van een fractuur (< 2 jaar) of wervelfractuur (> gr 2) hoef je niet een DEXA/VFA aan te vragen en kun je meteen beginnen met behandelen na lab onderzoek. Bij wervelfracturen is er een indicatie voor botvormende medicatie en dient er altijd overleg te zijn met de internist of er eerst botvormende medicatie nodig is.
Aan het eind van de behandeling met prednison en fractuurpreventieve medicatie zal er dan een DEXA/VFA aangevraagd dienen te worden voor verder beleid, maar niet als baseline meting.
Indien bij DEXA VFA onderzoek later alsnog sprake is van een wervelfractuur kan de therapie aangepast worden en is overleg met de specialist geïndiceerd.
NB Als je het totale plaatje niet hebt, kan de medicatiekeuze complicaties geven door ontbrekende informatie (vraag o.a. naar: oncologische voorgeschiedenis m Kahler, mammacarcinoom, prostaatcarcinoom, oncologische, hart- en vaatziekten , maagklachten).
Bij wervelfracturen is er een indicatie voor botvormende medicatie en dient er altijd overleg te zijn met de internist of er eerst botvormende medicatie nodig is.
- Teriparatide: BMD T≤-1.5 + 1 Gr3 of 2 Gr2 WF
- Of Romosozumab bij vrouwen: heup BMD T≤-2.0 + 2 Gr 2 of 2 Gr3 WF of heup T≤-2.5 + 1 Gr 2 of 1 Gr3 WF
Bij mammacarcinoom geldt de BMD T<-2.0
- oraal bisfosfonaat (alendroninezuur, risedroninezuur)
- Bij intolerantie overschakelen op alendroninezuur in drankvorm
Bij contra-indicatie voor orale bisfosfonaten of niet verdragen van orale toediening of therapieontrouw: zoledroninezuur i.v. (tweede lijn) of denosumab s.c. (facultatief voor de huisarts).